De enorme invloed van de media op verkiezingsuitslagen (deel 2)

Op het eerste deel van deze serie heb ik behoorlijk wat reacties gehad. De trend in de reacties was dat mensen meer informatie willen weten over hoe het allemaal zit. Daarom heb ik de meest belangrijke reacties er tussenuit gepikt en gebruikt om nog wat meer informatie te analyseren.

Is Samson wel de meest prominente PvdA’er?

In het oorspronkelijke experiment is gekeken naar de naam van de lijsttrekker icm. de naam van de partij. Bij alleen de PvdA gaf dit een groot verschil tov. de werkelijkheid. Daarom kreeg ik de vraag of we wel moesten kijken naar Samson, of dat het beter is om te kijken naar meer mensen.

Het experiment is daarom aangepast; in het geval van de PvdA is de lijst uitgebreid met de namen: Bouwmeester, Bussemaker, Cegerek, Dijsselbloem, Kerstens, Klijnsma, Plasterk, Samsom, Asscher en Timmermans. Dit gaf geen significant verschil.

Moet de media wel onafhankelijk zijn?

Kranten zoals de Trouw en de Volkskrant staan erom bekend dat ze “biased” zijn naar een politieke voorkeur. Ik kreeg daarom de opmerking dat het logisch is om te constateren dat de media niet onafhankelijk is en we dit ook niet verwachten.

De data die hier gebruikt zijn, zijn echter gebaseerd op de data van de NOS. De doelstelling van de NOS staat op de website en is vastgelegd in de mediawet:

De NOS is als publieke omroep verantwoordelijk voor een brede nieuwsvoorziening die betrouwbaar is en onafhankelijk. De taken van de NOS staan omschreven in de Mediawet: […]

Uit het onderzoek komt echter dat de NOS niet onafhankelijk is. Dit zou betekenen dat de NOS zich niet houdt aan haar wettelijke taak en (door de manier waarop de kerntaak vorm is gegeven) inwoners van Nederland (wellicht onbewust) beïnvloed.

Hoe zit het als meerdere partijen worden genoemd in de media?

Een interessant geval treedt op als meerdere partijen worden genoemd in hetzelfde nieuwsbericht. Een van de mogelijke redenen is immers dat door de media standaard een of twee partijen (of standaard combinaties van partijen) worden gevraagd om hun mening.

Het is uiteraard logisch om te veronderstellen dat als er een “links onderwerp” wordt behandeld, vooral de “linkse partijen” worden geïnterviewd. In 1233 gevallen worden er inderdaad 4 partijen genoemd in hetzelfde bericht.

In de volgende tabel heb ik geprobeerd om inzichtelijk te maken hoe de partijen samen worden genoemd:

Als voorbeeld: als GroenLinks wordt genoemd in een bericht, valt op dat in 71% van de gevallen ook de SP wordt genoemd. Wat duidelijk opvalt in de tabel is dat de VVD (67%!) relatief veel wordt genoemd, onafhankelijk welk onderwerp het betreft. De Partij voor de Dieren wordt het minst genoemd in combinatie met andere partijen. Het is opvallend dat de CDA, VVD, PvdA en PVV meer dan 10% vaker genoemd worden dan andere partijen.

Media versus peilingen

Tijdens de periode voor de verkiezingen worden er ook door verschillende partijen peilingen gedaan. De vraag hier was daarom: als de media zo goed de uitslag kan voorspellen – kan het onderzoek dat dan ook?

De achterliggende redenering hierbij is dat peilingen invloed kunnen hebben op het stemgedrag van mensen. Als de peilingen daarnaast niet kloppen, kan dit een extra factor zijn in de beïnvloeding van de keuze van mensen.

Voor dit onderzoek is gekeken naar de peilingen van IPSOS in de periode 16 januari 2012 t/m 11 september 2012. Als er een sterke correlatie is tussen deze twee, zien we dit aan een constante (absolute) foutmarge. De getallen op de peilingen zijn vervolgens vergeleken met de getallen die uit de media zijn achterhaald.

In de praktijk bleek hier de volgende fout naar voren te komen:

Zoals duidelijk te zien is in de grafiek, neemt de fout gedurende de periode met 10 zetels toe ipv. af. Dit is echter heel vreemd: op basis van goed statistisch onderzoek zou je juist het tegenovergestelde gedrag verwachten. Er is daarom dieper gekeken naar de onderliggende oorzaak.

Als verder wordt gekeken naar de fout van de individuele partijen tov. de IPSOS peiling, valt het volgende op:

De fout bij D66, VVD, SGP, ChristenUnie en Partij voor de dieren is in de marge. Vreemd genoeg worden blijkbaar de grootste fouten gemaakt bij de peilingen van de linkse partijen (de fout is overigens in deze gevallen vrijwel altijd positief). De gevonden fout hier is vele malen groter dan wat je statistisch gezien zou mogen verwachten. Deze constatering kan maar op 2 manieren worden verklaard:

  • Mensen die stemmen op linkse partijen zijn structureel minder eerlijk bij de onderzoeken. Dit zou betekenen dat de peilingen niet objectief zijn.
  • De peilingen van IPSOS worden niet op basis van een representatieve steekproef gemaakt. Ook dit zou betekenen dat de peilingen niet objectief zijn.

Vwb. (1) heb ik geen psychologisch onderzoek kunnen vinden die dit ondersteund. Vwb. (2) is het noodzakelijk om te kijken naar de manier waarop de steekproef werkt. Hierover is op de website van IPSOS het volgende gevonden:

[…] Voorafgaand daaraan, vanaf dinsdagmorgen tot en met donderdagmiddag, worden 1000 personen uit het online-panel van Ipsos ondervraagd.

Daarnaast worden op continue basis de politieke voorkeuren telefonische gemeten, zodat ook de mensen die niet via internet bereikbaar zijn in de peiling worden betrokken betrokken. Elke dag, met uitzondering van zondag, wordt de politieke voorkeur van 100 Nederlanders telefonisch gepeild. De steekproef komt tot stand door middel van Random Digit Dialing. Hierbij genereert de computer willekeurige telefoonnummers samen.

Ipsos beschrijft niet hoe beide onderzoekmethoden worden gecombineerd. Wel wordt aangegeven dat het Internet-onderzoek de basis vormt en dat het telefonisch onderzoek enkel wordt gebruikt om het Internet-onderzoek aan te vullen met gegevens van groepen die slecht vertegenwoordigd zijn op het Internet.

De grootte van de steekproef is gekozen op ongeveer 1000 mensen. Deze grootte volgt (ongeveer) uit de grootte die een aselecte binaire steekproef moet hebben om representatief te zijn voor een populatie van Nederland. Dit kan echter niet de enorme verschillen bij GroenLinks en de SP verklaren.

Daarom constateer ik dat het probleem met de IPSOS peiling is dat de populatie die gebruikt wordt niet willekeurig (genoeg) is om een betrouwbare peiling te zijn.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *