De enorme invloed van de media op verkiezingsuitslagen

Een welbekende kreet in de marketing is “alle reclame is goede reclame”. Het is daarom logisch om te stellen dat een oneerlijke verdeling in media-aandacht zich direct laat vertalen in de stem van het volk.

In Nederland zijn we heel trots op onze onafhankelijke, objectieve journalistiek, waarbij de kritiek op landen als Turkije is dat inmenging van de politiek in de journalistiek niet moet kunnen (omdat hierbij de onafhankelijkheid in het gedrang komt). De vraag die hier wordt onderzocht is: hoe onafhankelijk en objectief is onze eigen journalistiek nu werkelijk?

Om hier een uitspraak over te kunnen doen, is onderzocht in hoeverre we een verkiezingsuitslag (Tweede Kamer, 2010/2012) kunnen voorspellen op basis van een scheve aandacht in de media ten gunste van specifieke politieke partijen. Als de journalistiek volledig onafhankelijk is, verwachten we dat er geen correlatie te vinden is tussen media-aandacht en de verkiezingsuitslagen.

Dataset

Als dataset is het NOS nieuws genomen vanaf 1-1-2010 (Bron: http://nos.nl/nieuws/archief/2010-01-07/ ). Data van voor 1-1-2010 is helaas niet beschikbaar. Voor alle berichten is gekeken naar de full tekst content en de titel. Andere (meta) informatie is niet meegenomen.

Frequentieanalyse

Het meest eenvoudige onderzoek dat we kunnen doen is om simpelweg te kijken in hoeveel berichten de verschillende politieke partijen worden genoemd. Als observatie daarbij kunnen we meenemen dat vooral de (achternamen van) lijsttrekkers in de media worden genoemd zonder de partij zelf ook te noemen. Daarnaast moeten we rekening houden met afkortingen. Dat leidt tot de volgende zoekvragen:

Partij

Zoekvraag

VVD

VVD OR Rutte

PvdA

PvdA OR Samsom

PVV

PVV OR Wilders

CDA

CDA OR Buma

SP

SP OR “Socialistische Partij” OR Roemer

D66

D66 OR Pechtold

GroenLinks

GroenLinks OR “Groen Links” OR Sap

ChristenUnie

ChristenUnie OR Slob

SGP

SGP OR Staaij

Partij voor de Dieren

PvdD OR “Partij voor de Dieren” OR Thieme

 

Woorden en phrases worden hierbij gebruikt als zoekvraag; delen van woorden worden niet meegenomen aangezien deze geen betekenis hebben in taal (e.g. SP zal dus niet matchen op SpaceX).

Op 12-9-2012 waren de Tweede Kamer verkiezingen. Deze zoekvragen zijn daarom uitgevoerd op de dataset van 1-1-2010 t/m 12-9-2012. Vervolgens is gekeken hoeveel procent van de mensen stemt op een politieke partij op basis van zuiver deze frequentie (“verwacht”) en is dit vergeleken met de verkiezingsuitslag (“werkelijk”). De resultaten vind u in deze tabel:

Partij

Aantal berichten

Verwacht %

Uitslag 2010 (%)

Uitslag 2012 (%)

VVD

2772

20.2

20.7

26.58

PvdA

1879

13.7

20.0

13.83

PVV

2308

16.8

16.0

10.08

CDA

2192

16.0

14.0

8.51

SP

1152

8.4

10.0

9.65

D66

1079

7.9

6.7

8.03

GroenLinks

1112

8.1

6.7

2.33

ChristenUnie

600

4.4

3.3

3.09

SGP

353

2.6

1.3

7.85

Partij voor de Dieren

278

2.0

1.3

2.70

Zetels voor de PvdA

Wat direct opvalt, is dat vrijwel alle partijen hetzelfde patroon vrij precies volgen.

De uitschieter hier is de PvdA; alle andere partijen matchen netjes met de verwachting. De vraag is dus: wat is er aan de hand met de PvdA in de kabinetsperiode? Heel bijzonder is dat voor de PvdA de verwachting heel sterk correleert met de hoeveelheid media-aandacht en voor alle andere partijen de verwachting correleert met de hoeveelheid stemmen van de afgelopen verkiezing.

Belangrijk om te observeren is dat het hier niet gaat om extreem kleine verschillen! Verwacht en werkelijk zitten in veel gevallen minder dan 1% naast elkaar.

Conclusie

Het is bijzonder om te moeten constateren dat de media sterk schrijft naar rato van de afgelopen verkiezingsuitslag.

De stelling “alle reclame is goede reclame” lijkt echter statistisch gezien niet met alle partijen te kloppen; deze klopt wel met de verkiezingsuitslag van de PvdA.

Net zoals bij alle statistische onderzoeken kunnen deze resultaten het gevolg zijn van een derde factor; desalniettemin kloppen de statistieken zo precies, dat het lastig te ontkennen is dat de invloed van de media op de verkiezingsuitslag enorm is. Daarmee lijkt op basis van dit eenvoudige onderzoek de vraag gerechtvaardigd of het gelijkheidsprincipe zoals dit worden beschreven in artikel 21 van de universele rechten van de mens in het geding is. Verder onderzoek is nodig om te kijken of een derde factor de onderliggende oorzaak is.

In alle gevallen is het onmogelijk om te stellen dat de politieke partijen gelijkwaardig worden vertegenwoordigd in de (publieke) media.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *